Stevige duw in de rug voor preklinisch kankeronderzoek

LKI - 13 september 2020

Stevige duw in de rug voor drie oncologische onderzoeksprojecten 

Goed nieuws voor drie oncologische onderzoeksgroepen aan de KU Leuven: zij krijgen een onderzoeksbeurs van Kom op tegen Kanker voor preklinische projecten die tot preciezere diagnosetechnieken en persoonsgerichte behandelingen moeten leiden. Laureaten van de beurzen zijn professor An Coosemans, professor Frederik De Smet en professor Veerle Janssens.

Rationele aanpak voor immunotherapie bij eierstokkanker – An Coosemans (323 000 euro)

Eierstokkanker is een sluipende en meestal levensbedreigende ziekte. De meeste patiënten krijgen vaak pas in een vergevorderd stadium een diagnose en de kans op herval is groot. Naast de ‘klassieke behandeling’ (operatie en chemotherapie) bestaan er vandaag ook twee meer gepersonaliseerde therapieën: een product dat de bloedvatgroei remt en een product dat tumor-DNA helpt herstellen. Jammer genoeg kunnen niet alle patiënten hierdoor geholpen worden.

Daarom werd ook voor eierstokkanker reikhalzend uitgekeken naar de ‘immuun checkpoint remmers’. Dit zijn middelen die de afweer tegen tumoren terug kunnen versterken. Helaas hebben zij de verwachtingen tot nu toe niet kunnen inlossen. Een volgende stap is het aanbieden van combinatietherapieën, maar ook deze strategie biedt vandaag te weinig vooruitgang.

Wat loopt er fout? Professor An Coosemans en haar collega’s geven drie aanwijsbare oorzaken aan.

  • We moeten eerst weten hoe het immuunsysteem er precies uitziet bij patiënten, voor we er immunotherapie op loslaten.
  • Klinische studies met immunotherapie voorzien vaak ontoereikende screening om te kunnen vaststellen in welke mate de therapie het immuunsysteem van de patiënt nu specifiek verandert en of dit nu zinvol is of niet.
  • Bij combinatietherapieën weet men niet in welke volgorde men de verschillende producten moet geven, verder onderzoek dringt zich op.

Wat willen de wetenschappers nu verder onderzoeken?

  • Ze zullen nakijken hoe het immuunsysteem van patiënten met eierstokkanker er precies uitziet en welke veranderingen het ondergaat na klassieke en nieuwe therapieën. Zo komen ze te weten hoe en wanneer ze het immuunsysteem van de patiënt best bespelen.
  • Combinaties met nieuwe therapieën zullen eerst uitgetest worden in een muizenmodel voor eierstokkanker, zodat de meest succesvolle combinaties daarna naar de kliniek kunnen.

Dit onderzoek zal uitgevoerd worden in nauwe samenwerking met professor Abhishek Garg, professor Dominique Schols en de Dienst Gynaecologische Oncologie van UZ Leuven.

Nood aan betrouwbare predictieve biomerkers – Frederik De Smet (397 500 euro)

Precisiegeneeskunde streeft ernaar om elke patiënt met de voor hem meest geschikte therapie te behandelen. De patholoog speelt hierbij een cruciale rol. Deze arts analyseert het tumorweefsel microscopisch en bepaalt over welk tumortype het gaat. Enkel met een accurate diagnose kan de oncoloog de meest geschikte therapie bieden aan de patiënt. De nieuwe inzichten in de complexiteit van een tumor en het groeiend aantal therapieën hebben tot gevolg dat het louter microscopisch onderzoeken van een beperkt aantal merkers niet meer volstaat. Daarom coördineert professor Frederik De Smet onderzoek naar preciezere diagnosetechnieken en ‘predictieve biomerkers’.

Predictieve of voorspellende biomerkers zijn moleculen die men kan detecteren in tumorweefsel, en waarvan men weet dat hun aanwezigheid de tumor gevoelig maakt voor bepaalde therapieën. Aan de hand van deze merkers kan de behandelende arts beter inschatten of een specifieke therapie al dan niet interessant is voor een individuele patiënt – en dat is waar precisiegeneeskunde voor staat.

Het voorbije jaar konden professor De Smet en zijn team in hun laboratorium op Gasthuisberg de nodige toestellen installeren en expertise opbouwen. Zij gebruiken deze technologie nu om vraagstukken op te lossen in uiteenlopende kankerdomeinen: huidkanker, longkanker, borstkanker, hersentumoren (bij zowel volwassenen als kinderen), leverkanker en lymfeklierkanker. De onderzoekers zullen voor elk tumortype de specifieke cellulaire samenstelling analyseren en onderzoeken of er, in geval van een behandeling met immunotherapie, predictieve merkers kunnen worden gevonden.

Naast professor De Smet en zijn collega Francesca Bosisio werken ook andere klinische specialisten, onderzoekers en ingenieurs aan dit project. Zij zullen de heel complexe data verzamelen, analyseren en interpreteren. Op basis van de resultaten volgen nieuwe studies aan UZ Leuven, in samenwerking met farmaceutische bedrijven en andere partners, om deze inzichten ook effectief bij de patiënt te brengen.

Gericht onderzoek naar Type-II baarmoederkankers – Veerle Janssens (380 750 euro)

Baarmoederkanker is de vijfde meest voorkomende kanker bij Belgische vrouwen. Tachtig procent van deze kankers zijn van het zogenaamde Type-I, worden meestal vroeg ontdekt en hebben sterke genezingskansen. De Type-II baarmoederkankers daarentegen zijn veel agressiever. Ze worden later ontdekt en zijn vaak al uitgezaaid. Er zijn vandaag geen doeltreffende behandelingen, waardoor de overlevingskansen dalen tot minder dan twintig procent. Bovendien hebben de chemotherapieën voor deze agressieve kankers veel nevenwerkingen, met grote impact op de levenskwaliteit van de patiënten.

Professor Veerle Janssens en haar team ontdekten in Type-II tumoren een veel voorkomende fout in het PPP2R1A-gen. Dit is een gen dat in normale cellen een tumor-onderdrukkend eiwit produceert, maar door deze fout inactief wordt in tumorcellen. De onderzoekers willen nagaan of het defect in dit gen de efficiëntie van doelgerichte kankerbehandelingen kan beïnvloeden.

Op basis van fundamenteel onderzoek, zijn er drie verschillende doelgerichte behandelingen geselecteerd met een groot potentieel om de tumorgroei te onderdrukken in patiënten met een gewijzigd (gemuteerd) PPP2R1A. Een eerste behandeling remt bepaalde kankergenen die door de mutaties in PPP2R1A sterk actief worden. Een tweede behandeling werkt door het heractiveren van PPP2R1A zelf. Een derde behandeling bestaat uit een combinatie van beiden. De onderzoekers zullen de efficiëntie van deze therapieën ‘in vitro’ nagaan in menselijke baarmoederkankercellijnen van dit agressieve type, en daarna de beste behandeling ‘in vivo’ valideren in muizenmodellen.

In dit project zal ook resterend tumormateriaal, bewaard in de UZ Leuven Biobank, verder onderzocht worden. Eerst zal professor Janssens samen met collega’s van de Dienst Gynaecologische Oncologie specifiek nagaan bij welk percentage van patiënten PPP2R1A gemuteerd is. Daarna zullen zij onderzoeken welk verband er is tussen deze mutaties en het tumorsubtype, de tumorgraad, de prognose, mogelijk herval, enzovoort.

Door rekening te houden met het al dan niet voorkomen van PPP2R1A-defecten bij de patiënten, hopen de onderzoekers aan Type-II baarmoederkankerpatiënten efficiëntere, gepersonaliseerde therapieën te kunnen bieden, met minder kwalijke nevenwerkingen.

Meer informatie over deze projecten? Contacteer de onderzoekers via het LKI, 016 34 17 17, lki@uzleuven.be. 

 

Leuvense onderzoekers boeken vooruitgang in ontrafelen van kanker...

Niet alle kankercellen zijn hetzelfde. Zelfs binnen dezelfde tumor kunnen sommige cellen agressiever zijn dan andere. Een team van wetenschappers...
Lees meer

TRACE - Het LKI platform voor patiënt afgeleide tumorxenograften

Een Europese pionier, gerealiseerd met de steun van FIKO!

Lees meer

Onderhoudsbehandeling voor eierstokkanker ook werkzaam bij andere...

Twee fase 3-studies tonen aan dat een bestaande onderhoudsbehandeling voor eierstokkanker ook positieve effecten heeft op de overlevingskans van...
Lees meer

Nanodeeltjes met koper kunnen kankercellen in muizen doden

Wetenschappers van de KU Leuven zijn er samen met internationale collega's in geslaagd om tumorcellen in muizen uit te schakelen door immunotherapie...
Lees meer